WIE ZIJN DIE WIJZEN UIT HET OOSTEN?
Wie zijn die wijzen
uit het Oosten?
Zij die naar boven
kijken,
naar de hemel en
zijn tekens,
die thuis zijn in
de nacht van de geheimen,
die waken en
uitzien naar de ster,
maar die ook oog
hebben voor wat beneden ligt,
voor de aarde en
haar wegen,
voor de dag en het
licht,
voor mensen als ik,
als jij en als wij.
Wie zijn de wijzen?
Die weten dat er
een ster komt en gaat,
die alleen
verschijnt als wij haar willen zien.
En haar licht
schijnt nergens anders
dan in het hart,
dat trouw en geduldig wil zoeken.
En wie de ster van
vrede en vreugde volgt
gaat vreemde wegen
maar zal niet verdwalen.
Wie zijn de wijzen?
Die bedrogen worden
- want vals is de
gang van de wereld
en de bedoelingen
van de mensen gaan krom –
en die toch het
huis vinden,
de plaats van
aanbidding.
Die een kind zien,
weerloos,
en de koning vinden
die zij zoeken.
Want er is goedheid
in de mensen
die kunnen
neerknielen,
die hun schatten te
voorschijn halen.
Want wat niet
gegeven wordt, gaat verloren.
Wie zijn de wijzen?
Die de waarschuwingen
van hun dromen begrijpen
en leren dat er méér is
dan één weg naar hun
land.
Die terugkeren naar
huis,
verdwijnen in de
stilte,
terug naar hun werk
en hun plaats onder de
mensen,
want daar wacht het
leven.

