LEES DE TEKENEN


 









Er zijn altijd mensen geweest

die in verwarde tijden

het hoofd koel hielden,

die in de ijskoude wereld

het hart warm hielden,

die in donkere dagen met open ogen waakten

en die de oren niet sloten

als het kwaad als een spook te keer ging.

 

Zij waren ervan overtuigd

dat de onderdrukker niet eeuwig zal zegevieren,

dat het kwaad het niet zal winnen van het goede,

en dat wat kwaad is in zich,

zijn eigen ondergang tegemoet gaat – vroeg of laat.

Zij waren ervan overtuigd

dat “reuzen op lemen voeten”

eens ineen zullen storten … vroeg of laat.

 

Ze zochten naar woorden,

naar beelden en gebaren,

om hun geloof te verwoorden

en met anderen te delen.

Ze schilderden grote visioenen:

zon en maan, aarde en sterren,

weer en wind, water en lucht …

heel de schepping werd erin betrokken.

 

Het is alsof ze zeggen wilden:

“Er is iets op handen dat verder reikt dan wat je nu ziet …

Er is méér dan wat je in handen hebt,

meer dan wat je onder controle hebt …”

Het zijn deze mensen

die ons telkens weer over een dood punt heen helpen.