PAASWENS IN CORONATIJD


 

Met Pasen gebruiken we vaak de uitdrukking: 

‘Mensen staan op uit het oude 

en kijken hoopvol uit naar het nieuwe.’

De wanhoop van de eersten bij het lege graf 

mag smelten als sneeuw voor de zon.

Hoop en vertrouwen als voedingsbodem 

voor leven, dàt vieren we met Pasen.

 

In deze tijd, waarin we met zijn allen afstand, 

onzekerheid, angst, zorgen, 

vragen, verdriet ervaren, is de uitdaging 

om te hopen en te vertrouwen, 

vaak,  en voor velen groot.

 

En toch leven ze, die hoop en dat vertrouwen.

Want ondanks de gedwongen afstand 

voelen we ook sterk nabijheid.

Boodschappen van hoop, floreren. 

Tekens van medeleven, worden geboren.

Inventief zoeken naar nabijheid, ontkiemt.

Naastenliefde schuilt –onverwacht- 

eerbiedig en krachtig

in de moeite die mensen doen 

om elkaar te bereiken

in de zachtheid waarmee hun blikken 

of hun stemmen elkaar zoeken.

 

We zien wat kan en worden geraakt 

door de kansen en de schoonheid

die in mensen leven. Licht in duisternis.

 

Wij vieren Pasen dit jaar in klein gezelschap. 

Wij  zingen niet in koor dat God niet dood is 

maar leeft.

Maar we mogen wel stil en dankbaar, 

misschien nog sterker dan anders,

getuige zijn dat Hij zichtbaar 

en voelbaar ‘leeft’ in mensen.

 

Moge het een paaswens zijn, 

dat dit aangewakkerde vuur

van hoop en vertrouwen, 

van medeleven en naastenliefde,

brandend wordt gehouden, 

ook wanneer coronatijd verleden tijd zal zijn.

Wanneer we –misschien amper bewust hiervan- 

opnieuw dreigen te verzinken

in ons benauwend en jachtig “heen en weer bestaan”.

 

Laat ons geraakt en gestuwd blijven 

door wat we nu ervaren:

een ommekeer tot licht, geboren uit duisternis.

 

Hilde Van der Motte